Skip to main content

Les 4 | Jezus

In Les 3 heb je meer geleerd over de Bijbel. Het onderwerp van Les 4 gaat over de hoofdrolspeler in de Bijbel, namelijk Jezus. Volgens christenen is Jezus de zoon van God. Jezus is ook de ‘hoofdpersoon’ van het christelijk geloof (Hij wordt ook wel Christus genoemd). Kortom, een onderwerp dat het bestuderen waard is.

Er zijn verschillende meningen over wie Jezus precies was. Sommigen zien Jezus als een ‘groot mens’, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Martin Luther King of Mahatma Gandhi. Anderen zeggen: een wijze leraar, een profeet of juist een rebel. Christenen zijn het eigenlijk met al deze dingen eens, maar geloven ook dat Jezus nog meer is dan dat.

Stel jezelf de volgende vragen, als persoonlijke voorbereiding op deze les:

  1. Wat voor beeld heb jij bij Jezus? Hoe stel je je Jezus voor?
  2. Geloof je dat Jezus echt bestaan heeft? Waarom wel of niet?
  3. Ken je het verhaal over Jezus’ geboorte, dat vaak wordt verteld met Kerst? Zo ja, waar ken je dat van (bijvoorbeeld van vroeger, of van een kerstnachtdienst)? Wat roept dat verhaal bij je op?

Hieronder vind je achtergrondinformatie bij het onderwerp. Het is de bedoeling dat je die vóóraf doorneemt, om je optimaal voor te bereiden op de bijeenkomst.

Jezus als historische figuur

Of God bestaat of niet, valt onmogelijk te bewijzen. Dat kun je hooguit aannemelijk maken (zie Les 2). Maar hoe zit het dan met Jezus? Christenen geloven immers dat Jezus de zoon van God is. Hoe zou je Jezus’ bestaan dan wel kunnen bewijzen?

Wel, dat ligt toch iets anders. Christenen geloven inderdaad dat Jezus de zoon van God is, maar ook dat Hij als mens naar deze aarde gekomen is. In die zin was Jezus dus ook ‘gewoon’ een historische figuur. En als zodanig valt Zijn bestaan ook te bewijzen.

Er zijn verschillende historische bronnen die naar Jezus verwijzen. Om te beginnen natuurlijk de Bijbel: verschillende Bijbelboeken zijn geschreven door ooggetuigen die Jezus zelf hebben ontmoet. Maar er zijn ook verschillende niet-religieuze bronnen die naar Jezus verwijzen, bijvoorbeeld van beroemde historici uit de oudheid. Daarover kun je meer lezen op deze website. Of bekijk dit filmpje van de Universiteit van Vlaanderen over de vraag: ‘Heeft Jezus echt bestaan?’

Er bestaat er onder wetenschappers eigenlijk geen twijfel meer over het bestaan van Jezus als historische figuur – Hij was net zo ‘echt’ als pakweg de Romeinse keizers die in dezelfde tijd leefden. Wie Jezus nu precies was (zoon van God, profeet of ‘gewoon’ een wijze leraar), daarover kunnen de meningen nog wel uiteenlopen. Maar dát Jezus echt geleefd moet hebben, daarover is men het wel eens.

Jezus’ leven

Er zijn vier Bijbelboeken die Jezus’ leven uitgebreid beschrijven: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Deze overlappen elkaar gedeeltelijk, maar vullen elkaar ook aan en hebben andere accenten.

Uit de Bijbelverhalen blijkt dat Jezus een mens was zoals wij. Hij had gevoelens, net als wij. Hij werd weleens boos (Marcus 3:5).

Jezus keek boos om Zich heen, omdat zij zo hard en onverschillig waren, en het deed Hem pijn. Tegen de ongelukkige man zei Hij: ‘Steek uw hand uit.’ De man deed het en zijn hand werd op slag weer gezond.

Hij kon vermoeid raken (Johannes 4:5-6).

Hij moest door Samaria 5en kwam in de stad Sichar in Samaria. Deze stad lag vlakbij het stuk land dat Jakob aan Jozef had gegeven 6en daar was ook de bron van Jakob. Jezus was moe van het lopen en rustte uit bij de bron. Dat was omstreeks twaalf uur ʼs middags.

Hij kende liefde en verdriet (Johannes 11:32-36).

Toen Maria bij Jezus kwam, viel zij voor Hem op de knieën en zei: ‘Here, als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ Toen Jezus haar en de Joden die met haar waren meegekomen, zag huilen, greep het verdriet Hem aan. ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ vroeg Hij ontroerd. ‘Wij zullen het U wijzen, Here,’ antwoordden zij. Jezus huilde. De Joden zeiden tegen elkaar: ‘Je kunt wel zien dat Hij veel van Lazarus hield.’

Hij was soms onrustig en angstig (Marcus 14:33-34).

Hij nam alleen Petrus, Jakobus en Johannes mee. Jezus begon bang te worden en kreeg het heel erg moeilijk. ‘Het wordt Mij teveel,’ zei Hij. ‘Ik sterf bijna van verdriet. Blijf hier waken.’

Herkenbaar, hè? Het verhaal van Jezus’ geboorte in een eenvoudige stal is heel bekend. Het wordt vaak verteld met Kerst, wanneer deze gebeurtenis wordt herdacht. De Bijbeltekst die dan meestal wordt voorgelezen, is Lucas 2:1-21.

Over Jezus’ kindertijd en jeugd staat eigenlijk maar weinig in de Bijbel. Opvallend is dat Jezus als twaalfjarige met Zijn ouders naar de tempel ging en dat ze Hem daar kwijtraakten. Na drie dagen zoeken vonden ze Jezus terug – omringd door geleerden die onder de indruk waren van de wijsheid van dit kind. Hierover kun je meer lezen in Lucas 2:22-52.

Toen Jezus dertig jaar was, liet Hij zich dopen. Daarna begon Zijn openbare optreden. Hij gaf veel onderwijs (in de Joodse synagogen maar ook daarbuiten) en deed bijzondere dingen. Al snel verzamelde Jezus een twaalftal leerlingen om zich heen.

Jezus’ twaalf leerlingen

In de Bijbel lezen we vaak dat Jezus omringd wordt door een grote menigte. Veel mensen volgden Jezus op de voet, omdat ze meer van Hem wilden horen en zien. De ‘harde kern’ van twaalf leerlingen had Jezus echter zelf uitgezocht. En Zijn keuze lag niet erg voor de hand. Zo waren de eerste vier ‘slechts’ eenvoudige vissers en kwam er later nog een gehate landverrader bij.
Sommige van deze twaalf leerlingen komen in de Bijbelverhalen meer naar voren dan andere. De meest vooraanstaande lijkt Petrus, en ook Jakobus en Johannes worden vaak met name genoemd. Er was ook ene Tomas, van wie onze uitdrukking ‘een ongelovige Tomas’ komt. De meest beruchte leerling was Judas Iskariot, die later Jezus zou verraden.

Samen met deze volgelingen trok Jezus het land door om Zijn leer te verkondigen. Drie jaar later werd Jezus gearresteerd en ter dood veroordeeld. Hij werd gemarteld en stierf een zeer wrede dood, door kruisiging. Dit wordt herdacht op Goede Vrijdag.

Na Jezus’ dood gingen Zijn volgelingen verslagen naar huis. Maar dit was niet het einde van het verhaal: na drie dagen ontdekten enkele vrouwen dat Jezus’ graf leeg was. Hij was opgestaan uit de dood en liet zich aan vele mensen zien. Dit wordt herdacht op Pasen. Ongeveer een maand later steeg Hij op naar de hemel. Dit wordt herdacht op Hemelvaartsdag.

Jezus’ leer

Jezus’ onderwijs viel op doordat Hij sprak met gezag en doordat Zijn boodschap heel anders was dan die van de religieuze leiders in die tijd (zie bijvoorbeeld Matteüs 7:28-29).

Jezus zweeg. Ieder die Hem had gehoord, stond perplex. Want Hij sprak zo heel anders dan de bijbelgeleerden. Hij wist waar Hij het over had en hoefde niet aan te halen wat anderen hadden gezegd.

Zo leerde Jezus dat het niet ging om allerlei regeltjes, maar om de liefde voor God en voor andere mensen. Hij leerde dat je je naaste lief moet hebben – niet alleen je vrienden, maar zelfs je vijanden! Zijn bekendste toespraak was de zogenaamde Bergrede.

De kern van Jezus’ onderwijs was echter de oproep voor mensen om zich van hun oude leven af te keren en het weer in orde te maken met God. Bij dat ‘in orde maken’ speelde Jezus zelf trouwens een unieke rol, waarover meer in een latere les.

Jezus kon ook heel goed dingen uitleggen. Hij gebruikte vaak gelijkenissen (beeldende verhalen) om iets duidelijk te maken. Het bekendste voorbeeld is te vinden in Lucas 15:11-32.

De Bergrede

De Bergrede is waarschijnlijk Jezus’ bekendste toespraak. Deze is te vinden  in Matteüs hoofdstuk 5 t/m 7.

Jezus begint deze toespraak met de zogenaamde ‘zaligsprekingen’, waarin Hij het opneemt voor de zwakke groepen in de samenleving. Daarna volgen de ‘wee-spreuken’, waarin Jezus onrechtvaardige mensen oproept om recht te doen. Tot slot geeft Jezus een aantal praktische leefregels. Zo roept Hij op om goed te doen zonder er iets voor terug te verwachten, om ruzies bij te leggen, om anderen lief te hebben, om geen kwaad met kwaad te vergelden, om te bidden, om je niet schijnheilig te gedragen, enzovoort.

In de Bergrede is ook het bekende gebed ‘het Onze Vader’ terug te vinden (Matteüs 6:9-13)

Jezus’ daden

Niet alleen Jezus’ leer was bijzonder. Ook Zijn daden waren opmerkelijk.

Om te beginnen ging Jezus op een bijzondere manier met mensen om. Hij zocht namelijk niet alleen contact met mensen van aanzien, zoals religieuze leiders en rijken. Nee, Jezus zocht juist ook contact met mensen op wie men neerkeek, bijvoorbeeld prostituees en landverraders. Soms kwam Jezus zelfs bij zulke mensen thuis om samen te eten. De ‘mensen van aanzien’ spraken er schande van… Ook had Jezus oog voor armen, vrouwen en kinderen (groepen die niet voor vol werden aangezien). En Jezus bekommerde zich om de zieken – zelfs om mensen die zo’n besmettelijke ziekte hadden dat ze buiten de samenleving waren gezet. Kortom: geen mens was voor Jezus te onbelangrijk!

Ook deed Jezus veel wonderen. Hij zocht de zieken niet alleen op – Hij genas hen ook! Hij maakte blinden weer ziend en liet verlamden weer lopen. Hij wekte zelfs enkele mensen op uit de dood. Ook had Jezus macht over de natuur, zoals bijvoorbeeld blijkt uit Marcus 4:35-41.

Het is duidelijk dat niets onmogelijk was voor Jezus. Hij had de macht om bovennatuurlijke dingen te doen.

Door dit alles kwamen de religieuze (en tegelijk politieke) leiders van die tijd voor vragen te staan die ze niet konden beantwoorden. Ze begonnen Jezus te haten. En uiteindelijk waren zij het die ervoor zorgden dat Jezus werd opgepakt en veroordeeld tot de kruisdood.

Wat maakt Jezus uniek?

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat Jezus bijzondere dingen heeft gedaan en onderwezen. Maar er zijn meer ‘grote mensen’ die bijzondere dingen hebben gedaan. Waarom is Jezus Christus dan zo speciaal dat zelfs onze jaartelling naar Hem is vernoemd? En vond Jezus zichzelf eigenlijk wel zo uniek?

Er zijn verschillende uitspraken van Jezus die erop wijzen dat Hij zichzelf wel degelijk ‘uniek’ vond.

Wat zegt Jezus over zichzelf?

In Zijn toespraken doet Jezus verschillende uitspraken over zichzelf die iets zeggen over Zijn bijzondere status. Vaak gebruikt Hij daarbij een gelijkenis, met beelden uit het dagelijks leven (zoals brood of schapen). Enkele voorbeelden:

  • “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Johannes 14:6)
  • “Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.” (Johannes 8:12).
  • “Ik ben het brood dat leven geeft (…) Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.” (Johannes 6:35)
  • “Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen.” (Johannes 10:11)

Het opvallendste aan deze en andere soortgelijke uitspraken van Jezus zit hem eigenlijk in de ‘kleine woordjes’. Jezus zegt bijvoorbeeld niet dat Hij “een weg” is, maar dat Hij “de weg” is. Met andere woorden: er is geen andere weg, Hij is de enige weg. Hij benadrukt als het ware Zijn exclusieve positie.

Het is ook veelzeggend hoe Jezus de woorden “Ik ben” gebruikt. In de Nederlandse vertaling lijken dit heel gewone woorden. Maar de Griekse brontekst laat zien dat Jezus hier steeds dezelfde woorden gebruikt die God gebruikt wanneer Hij zich voorstelt aan Mozes (Exodus 3:13-14). In feite laat Jezus hiermee zien dat Hij zichzelf gelijkstelt aan God. Dat is ook waarom sommige omstanders na deze uitspraken zo boos op Jezus werden dat ze Hem wilden doden: ze vonden dat godslastering.

Hij zag zichzelf dus niet slechts als een wijze leraar of als een weldoener. Zijn uitspraken laten nog iets belangrijks zien: Jezus wilde duidelijk maken dat mensen het alleen via Hem weer in orde kunnen maken met God. Om die reden was Jezus naar de aarde gekomen. En om die reden is Hij een wrede kruisdood gestorven.

Dit kan allerlei vragen oproepen. Hoezo moesten mensen het weer in orde maken met God? En wat voor rol speelde Jezus daar dan precies in? Wat heeft Zijn dood daarmee te maken? Waarom noemen we de dag waarop we Jezus’ dood herdenken eigenlijk Goede Vrijdag? Wat is er dan ‘goed’ aan zo’n vreselijke gebeurtenis? Deze belangrijke vragen zullen aan bod komen in de volgende lessen.